Windmolen vlak bij woning maakt gezin radeloos: ‘Bij harde wind weet je niet wat je meemaakt’

Vooropgesteld: ze hebben verloren. Jarenlang vochten ze verbeten tegen windpark Goyerbrug en die strijd is vergeefs gebleken. Ze zijn er toch gekomen. Vier enorme windmolens, waarvan er eentje op 283 meter afstand staat van de woning van de familie Trienekens. „Ja, we hebben verloren, maar het is onbegrijpelijk dat een overheid dit heeft toegestaan.”

Peter Trienekens zit in de tuin van zijn vrijstaande woning aan de Nachtdijk in ’t Goy, het kleine fruitdorp in de gemeente Houten. Het is stralend weer en windstil; de windmolen pal aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal laat nu nauwelijks van zich horen.

Maar bij stevige wind en regen, zeker ’s avonds en ’s nachts, zorgt die megaturbine voor ‘bizar’ veel overlast, zegt hij. Met een tiphoogte van 241 meter en een rotordiameter van 150 meter brengt de kolos een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst met zich mee.

Dat gevoel heeft hij letterlijk zo verwoord in een brief aan de Utrechtse provinciebestuurder Huib van Essen (GroenLinks), die de energietransitie in zijn portefeuille heeft. De gedeputeerde zoekt naar andere locaties waar nog meer van deze windmolens denkbaar zijn, nodig om de klimaatdoelen te verwezenlijken.

Laagfrequente bromtoon

Slapen is sinds enkele maanden geen vanzelfsprekendheid meer, schrijft Peter Trienekensaan de gedeputeerde. Er is dat constant suizende en zwiepende geluid van de rotorbladen. Daarnaast is er regelmatig een duidelijke, laagfrequente bromtoon te horen. Die resoneert in de woning en valt moeilijk te negeren.

De kopjes in huis staan letterlijk op hun schoteltjes te trillen. Om die hinder enigszins te beperken, hebben ze dempers onder de poten van de bedden geplaatst; dempers die eigenlijk bedoeld zijn voor de centrifugerende wasmachine.

Soms zijn er ook nog hoge, scherpe pieptonen te horen en vaak een zoemend geluid, elke keer als de gondel draait op zoek naar de juiste windrichting. „Je weet alles bij elkaar genomen niet wat je hier meemaakt”, zegt Peter Trienekens.

Afstand tot burgerwoning

En dit zal vast niet gebeuren, zegt hij, maar toch: mocht de turbine aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal omvallen, dan ligt hij bij hem in de tuin. Zó dichtbij staat deze windreus. „Op meerdere plekken in het land is er discussie over windmolens, de overlast die zij veroorzaken en de minimale afstand tot woningen die daarom in acht moet worden genomen. In ons geval ziet iedereen onmiddellijk hoe ongekend dicht op een burgerwoning deze turbine is gebouwd.”

Iedereen ziet onmiddellijk hoe ongekend dicht op een burgerwoning deze turbine is gebouwd.

Het duurde bijna twintig jaar voordat het windpark na veel juridisch en politiek gesteggel kon worden gebouwd. Trienekens stond zes keer voor een rechter in een poging de bouw tegen te houden, net als enkele stichtingen in buurgemeenten Culemborg en Wijk bij Duurstede.

Andere direct omwonenden van windpark Goyerbrug kozen eieren voor hun geld. Zij sloten een akkoord met de exploitant. „In ruil voor een som geld maken ze geen bezwaar. Je hoort ze nu dus ook niet, maar ze ervaren heus wel dezelfde overlast. Dat lees ik in onze appgroepjes.’’

Trienekens had ook zo’n contract kunnen tekenen. De exploitant van Windpark Goyerbrugheeft zelfs aangeboden zijn huis te kopen. Hij had de kans elders opnieuw te beginnen. „We hebben ons huis laten taxeren, hij bood een kleine twee ton minder. Voor het bedrag dat we konden krijgen, 465.000 euro, kom je bij wijze van spreken driehoog achter te zitten – zeker vergeleken met de vrijstaande woning in het groen die we nu hebben.”

Een keiharde zaak

Maar vooral was er de rotsvaste overtuiging: „We wisten absoluut zeker dat we een goede zaak hadden. Een keiharde zaak. Geen enkel weldenkend mens zou zoiets als dit immers laten gebeuren?! We zijn de laatsten die tot het gaatje zijn blijven strijden. We hebben onze nek uitgestoken, ook voor de anderen. We kenden het risico: als we zouden verliezen, dan zouden we ook álles verliezen.’’

„Dat ging niet gebeuren… Maar het gebeurde dus tóch. De gemeente Houten verleende de vergunning en de Raad van State heeft ons – puntje bij paaltje – laten zakken. Het voelt als een vernedering.’’

De overheid is er ook om de individuele burger te beschermen en niet alleen om het algemeen belang te dienen, stelt Peter Trienekens: „De gemeente Houten heeft ons vanaf dag één als vijand beschouwd. Geen enkele keer is iemand van de gemeente bij ons komen kijken. De discussie in het land beweegt zich ondertussen naar twee keer de tiphoogte als minimale afstand tot een burgerwoning. Voor ons komt zo’n regel te laat, wij vissen achter het net.”

Het bittere einde

Ze hebben het gevecht tot het bittere einde geleverd, en bitter is dat einde zeker. Zij die geen bezwaar maakten, hebben compensatie gekregen. Zij die wél bezwaar maakten, staan met lege handen. Trienekens: „Wij krijgen geen cent compensatie, voor ons rest er niets anders dan de overlast.”

Peter en zijn vrouw Mirjam Trienekens staken aanvankelijk de vlag uit, toen de Raad van State de vergunning vernietigde. Maar later werd die alsnog verleend.

Zijn brief aan gedeputeerde Van Essen is een noodkreet en misschien nog wel meer een waarschuwing voor vergelijkbare situaties in de toekomst. Peter Trienekens gelooft in zijn hart zelf ook niet dat de provinciebestuurder zal doen wat hij hem vraagt: ‘Zet die ene molen, het dichtst bij ons huis, stil. In elk geval zolang het stroomnet in Utrecht op slot moet blijven vanwege de netcongestie’.

„Dit is geen lichtvaardig verzoek”, besluit hij zijn brief. „Het is een noodsignaal. Wij hebben de grens van wat wij kunnen verdragen inmiddels overschreden. Ik vraag u nadrukkelijk om niet alleen vanuit beleid, maar vooral vanuit menselijkheid en zorg voor uw inwoners te handelen.”