Coalitie zet Groene Hart stilzwijgend open voor windturbines

Windzoekgebieden verdwijnen van papier, maar beleid verandert fundamenteel

Op 3 juni 2026 stemden Provinciale Staten van Zuid-Holland in met de Herziening Omgevingsbeleid 2025. Daarbij verdwenen de concrete windzoekgebieden in onder meer de Vierambachtspolder, Wassenaarsepolder en omgeving Nieuwkoop uit de Omgevingsvisie.

Dat klinkt als goed nieuws voor inwoners van het Groene Hart. Maar wie de aangenomen motie en de aangepaste Omgevingsvisie goed leest, ziet dat tegelijkertijd een fundamentele beleidswijziging is doorgevoerd.

De coalitie heeft het Groene Hart namelijk beleidsmatig geopend voor windturbines.

Het Groene Hart was vóór 3 juni beleidsmatig gesloten

Tot aan deze herziening gold in het provinciale beleid dat de provincie de uitwerking van windzoekgebieden in het Groene Hart “in deze fase niet ondersteunt”.

Daarmee lag bestuurlijk vast dat het Groene Hart gesloten was voor verdere uitwerking van grootschalige windenergie.

In de aangenomen coalitiemotie staat vervolgens letterlijk dat het Groene Hart “tot op heden” gesloten was voor windontwikkeling.

Juist die formulering is veelzeggend.

Door expliciet op te nemen dat het Groene Hart “tot op heden” gesloten was, erkent de coalitie feitelijk dat die situatie vanaf het moment van de motie verandert. Vanaf 3 juni 2026 geldt die beleidsmatige sluiting dus niet meer.

Dat wordt nergens hardop uitgesproken. Toch is dat precies het bestuurlijke gevolg van de aangenomen motie.

Van A-wegen en industrie naar open polders en droogmakerijen

Ook de Omgevingsvisie zelf is inhoudelijk aangepast.

In het eerdere beleid werd windenergie vooral gekoppeld aan infrastructuur en industriegebieden. Windturbines hoorden volgens dat beleid thuis langs A-wegen en bij bestaande industriële clusters.

In de aangepaste Omgevingsvisie verdwijnen die duidelijke ruimtelijke begrenzingen grotendeels naar de achtergrond.

Daarvoor in de plaats komen bredere omschrijvingen van landschapstypen zoals langgerekte polders, droogmakerijen en open veenweidegebieden.

Juist daarmee worden feitelijk de gebieden omschreven waar de eerdere zoeklocaties lagen, waaronder de Vierambachtspolder en Wassenaarsepolder.

De concrete locaties verdwijnen dus van papier, maar de landschappen waarin die locaties liggen worden tegelijkertijd beleidsmatig juist opnieuw relevant gemaakt voor windontwikkeling.

Voor de bühne geschrapt, achter de schermen verbreed

Juist daarin zit volgens veel inwoners de kern van de kritiek.

Publiekelijk presenteert de coalitie het schrappen van de zoekgebieden als bescherming van het Groene Hart. Tegelijkertijd openen dezelfde partijen via de motie en de aangepaste beleidsteksten juist de deur naar bredere windontwikkeling in het Groene Hart.

Daardoor ontstaat een opmerkelijke situatie.

De concrete locaties verdwijnen uit beeld, maar beleidsmatig ontstaat juist méér ruimte. Niet alleen voor de oorspronkelijke zoekgebieden, maar potentieel voor grote delen van het Groene Hart.

Veel inwoners ervaren dit daarom niet als bescherming van het landschap, maar als een bestuurlijke verschuiving waarbij de plannen minder zichtbaar worden gemaakt terwijl de mogelijkheden juist worden uitgebreid.

Geen participatie, maar blijven doorgaan tot acceptatie ontstaat

De provincie benadrukt in de nieuwe Omgevingsvisie sterk het belang van participatie en betrokkenheid van inwoners. Maar juist dat roept bij veel inwoners inmiddels grote frustratie op.

Na tien maanden van inspraak, petities, bewonersavonden en duizenden handtekeningen is het gebrek aan draagvlak namelijk volstrekt duidelijk geworden.

Inwoners uit het Groene Hart hebben zich massaal uitgesproken tegen grootschalige windturbines in open polders en droogmakerijen. Gemeenten spraken zich uit tegen de plannen. Er werden uitgebreide inspraakreacties ingediend en zorgen gedeeld over gezondheid, landschap, natuur, leefbaarheid en luchtvaartveiligheid.

Toch lijkt die maatschappelijke weerstand nauwelijks invloed te hebben op de bestuurlijke koers.

Juist daarom ervaren veel inwoners het huidige participatieproces niet meer als echte participatie. Het gevoel ontstaat dat participatie vooral wordt ingezet om alsnog acceptatie te creëren voor plannen die bestuurlijk al in stand zijn gehouden.

Voor veel inwoners voelt het alsof de boodschap vanuit de provincie feitelijk neerkomt op: we blijven doorgaan, we blijven onderzoeken en we blijven in gesprek totdat er uiteindelijk voldoende acceptatie ontstaat.

Daardoor ontstaat steeds sterker het gevoel dat de duizenden handtekeningen, petities en inspraakreacties van de afgelopen tien maanden uiteindelijk vooral ter kennisgeving zijn aangenomen, maar inhoudelijk nauwelijks hebben geleid tot een andere bestuurlijke richting.

Volgens veel betrokken inwoners gaat participatie juist over luisteren, erkennen en grenzen respecteren. Niet over het blijven doorzetten van dezelfde plannen totdat weerstand langzaam verdwijnt of vermoeid raakt.

Nieuwe landelijke normen worden bepalend

Een belangrijk onderdeel van het vervolgtraject zijn de nieuwe landelijke normen voor windturbines op land. Het Rijk verwacht deze eind 2026 vast te stellen.

Die normen zullen waarschijnlijk bepalend worden voor afstanden tot woningen, geluid, slagschaduw en de ruimtelijke inpasbaarheid van windturbines.

Critici vrezen dat hierdoor uiteindelijk grote delen van het Groene Hart opnieuw in beeld kunnen komen voor grootschalige windenergie.

Voor veel inwoners is de discussie daarom allesbehalve voorbij.